Nieuws (archief)
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
In dit nummer: - Flexibele informateurs |
AKK-directeur over de nieuwe koers: Flexibele informateurs in de agribusiness ‘AKK werkt meer privaat-publiek’, zegt AKK-directeur Woody Maijers. ‘We ondersteunen bedrijven en kennisinstellingen om te komen tot een goed innovatieprogramma, dat aansluit bij hun eigen wensen en mogelijkheden.’ Privaat-publiek De belangrijkste verandering is dat AKK in het verleden vooral voor de overheid aan grote innovatieprogramma’s werkte, waarbij het bedrijfsleven werd uitgenodigd te participeren. Die werkwijze was ‘publiek-privaat’, vertelt directeur Maijers. ‘Nu werkt AKK meer “privaat-publiek”: samen met het bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid vormen we consortia om bedrijfsoverstijgende problemen op te lossen of kansen te benutten. In dit eerste e-zine zijn diverse voorbeelden uitgewerkt.’ Investeren Omdat de overheidsfinanciering vraaggestuurd ingevuld wordt, denkt AKK mee over het creëren van nieuwe financiële arrangementen. Maijers: ‘Het bedrijfsleven moet ook zelf meer investeren in kennis- en innovatieprogramma’s. Als die passen in een maatschappelijke context en aansluiten bij het overheidsbeleid, dan kan de overheid daarvoor alsnog middelen beschikbaar stellen.’ De overheid geeft echter niet meer zomaar geld, waarschuwt Maijers. ‘Er wordt meer van de markt verwacht. Op hun begrotingen moeten bedrijven ruimte vrijmaken voor de ontwikkeling en uitvoering van innovatieprogramma’s. Vaak ontbreekt het hen aan menskracht en toegang tot financiële regelingen. AKK ondersteunt bedrijven om te komen tot een goed innovatieprogramma, dat aansluit bij hun eigen wensen.’ Voordelen Vanwege de ruime ervaring van AKK met werken in keten- en netwerkprojecten, weten veel bedrijven de stichting al te vinden. Maijers: ‘Dikwijls wordt ons gevraagd om knelpunten op te lossen en te helpen een goede visie te ontwikkelen. Daarna hangt het ervan af in hoeverre bedrijven zelf in staat zijn innovaties uit te werken. Lukt dat niet, dan ondersteunt AKK in opdracht bij de uitvoering. Die kan mede worden gefinancierd door de overheid of vanuit een kennisinstelling.’ Door het bureau virtueel te organiseren, kunnen uit het netwerk de juiste AKK’ers met de juiste kennis en netwerken aan de slag.’ Succesvolle afronding DAF-programma Met de digitale presentatie van 35 baanbrekende projecten is het co-innovatieprogramma Duurzame Agro Foodketens (DAF) afgesloten. Het programma ondersteunde initiatieven op het gebied van duurzame landbouw. Programmaleider Marc van den Heuvel: ‘Na de begeleiding van AKK gaan projecten gewoon door, omdat de partijen erin geloven.’ Het DAF-programma is tussen 2001 en 2006 uitgevoerd. Bij de opzet ging het erom een impuls te geven aan economische, ecologische en sociale winst in agroketens. Programmaleider Marc van den Heuvel: ‘Tientallen jaren heeft de agrosector hard en succesvol gewerkt om meer en beter voedsel te produceren. De maatschappelijke discussie over onze voedselproductie nam de laatste jaren toe. Bijvoorbeeld over het gebruik van bestrijdingsmiddelen, dierenwelzijn en transport. Hoe kon de omslag naar duurzaamheid worden gemaakt? Het programma bood bedrijven de kans om op dit gebied te pionieren.’ AKK was actief betrokken bij het opzetten van projecten en het motiveren van bedrijven en kennisinstellingen om met elkaar aan de slag te gaan. Van den Heuvel: ‘Wij lieten de kansen zien. De sector reageerde door ideeën kenbaar te maken. Passende ideeën bouwden we samen uit tot projecten. Na een beoordeling door een adviescommissie en het bestuur volgde de begeleiding bij de uitvoering.’ Impact AKK was actief betrokken bij de projectuitvoering. Van den Heuvel: ‘We volgden de voortgang, ondersteunden bij problemen en hielden de deelnemers scherp om een goed resultaat te bereiken. Daarnaast zorgden we voor communicatie van de resultaten. De projecten hebben een voorbeeldfunctie: zij moeten anderen inspireren tot navolging. Doordat de meeste projecten een fraai resultaat behaalden, hebben zij vanzelf veel impact.’ De projectresultaten zijn divers, want het programma was breed opgezet. Eén van de zichtbare successen betrof het maken van consumentensap van reststromen uit de groente-industrie. Van den Heuvel: ‘Door dat sap te onttrekken en geconcentreerd te vervoeren, maak je 85% minder transportkilometers. Een ander succes was het project “Korte ketens vleeskuikenhouderij”. Omdat de gehele productie van kippenvlees op verschillende locaties gebeurt, is er veel transport nodig. Door de productieketen op één plaats te concentreren, kun je tientallen procenten besparen.’ Betere ladingdrager Ook een tuinbouwproject vond Van den Heuvel bijzonder inspirerend. ‘Potplanten uit Midden-Amerika worden naar Nederland vervoerd in hardhouten kratten. Die worden behandeld om de insleep van ziekten te voorkomen. In Nederland worden de kratten daarom als afval beschouwd. Bovendien is het vervoer inefficiënt omdat de kratten moeilijk stapelbaar zijn. Deelnemende partijen hebben van ander materiaal een nieuwe ladingdrager ontwikkeld: vaker te gebruiken en beter stapelbaar. Die is getest en functioneert goed.’ Nu moeten de programmaresultaten in de praktijk worden gebracht. Maar hoe overtuig je partijen om de innovaties door te voeren? Van den Heuvel: ‘Het leuke is dat het ketenprojecten zijn: oplossingen waarvoor een groep van bedrijven nodig is. Die bedrijven gaan zelf in de meeste gevallen verder met de uitbouw van de projectresultaten. Dat is mooi: buiten de ondersteuning van het programma gaat het gewoon door, omdat de partijen erin geloven.’ Alle resultaten van DAF zijn openbaar en digitaal beschikbaar via www.akk.nl. Bioconnect stimuleert eigen verantwoordelijkheid In het kennisnetwerk voor de biologische landbouw en voeding, Bioconnect, neemt het bedrijfsleven zelf het voortouw in kennisontwikkeling en -toepassing. Daarmee is het een schoolvoorbeeld voor andere sectoren. AKK heeft samen met Biologica de structuur voor Bioconnect gemaakt en ondersteunt het netwerk nu met haar expertise en ervaring. In het kennisnetwerk Bioconnect neemt de biologische sector zelf de verantwoordelijkheid voor de eigen ontwikkeling en innovatie. Bedrijven zijn gezamenlijk en ketenbreed inhoudelijk opdrachtgever voor onderzoek, voorlichting en onderwijs. Formeel en financieel opdrachtgever blijft het ministerie van LNV – naast andere financiers als productschappen, provincies en banken. De sector heeft hiermee de verantwoordelijkheid gekregen over de 12 miljoen euro die LNV per jaar voor kennis in de biologische sector beschikbaar stelt. LNV ziet Bioconnect als een experiment voor meer vraagsturing en betrokkenheid van de doelgroep, onder het adagium ‘Van zorgen voor, naar zorgen dat’. De samenwerking in Bioconnect dient dan ook als schoolvoorbeeld voor andere sectoren en kennisvelden. Wat maakt Bioconnect nu zo uniek? Bioconnect betekent een werkelijke omkering in de aansturing van onderzoek, advisering en onderwijs. Niet de overheid of onderzoekers bepalen welke koers het beste is voor de biologische sector, maar de bedrijven in de keten zelf. Zij initiëren kennisprojecten, beoordelen en monitoren ze, sturen bij waar nodig en ronden ze ook zelf af. Daarmee is Bioconnect een echt vraaggestuurd netwerk, met eigen verantwoordelijkheid en dus ook grote betrokkenheid vanuit de hele keten. De beantwoording van de kennisvragen uit de praktijk vraagt om een multidisciplinaire aanpak en maakt onderlinge samenwerking met het bedrijfsleven en binnen de kenniswereld noodzakelijk. De rol van AKK De nieuwe verantwoordelijkheid en het werken in ketenverband in Bioconnect is voor de meeste deelnemers nieuw en vraagt om goede begeleiding. AKK is daarom ingeschakeld voor het transitiemanagement, zowel richting de biologische sector als richting de kennisinstellingen en LNV. AKK heeft bij uitstek veel ervaring met co-innovatieprojecten en ziet haar visie op transitie belichaamd in de kern van Bioconnect: aan de hand van een duidelijk doel de transitie vormgeven door praktisch aan de slag te gaan met de doelgroep zelf. Belangrijkste elementen van de AKK-benadering:
Voor meer informatie over de kennisprojecten van Bioconnect: www.biokennis.nl Voor meer informatie over de werkwijze van Bioconnect: www.bioconnect.nl Begin januari is op de Universiteit van Kopenhagen het EU-project Q-PorkChains van start gegaan. Dit grootschalige onderzoeksproject met een budget van bijna 21 miljoen euro is opgezet ter verbetering van de kwaliteit van varkensvlees en daarvan afgeleide producten. In Nederland zal AKK wetenswaardigheden over het project onder belanghebbende bedrijven verspreiden. Maar liefst 51 internationale onderzoekers reisden naar de Deense hoofdstad voor een eerste bijeenkomst. Q-PorkChains moet uiteindelijk leiden tot de ontwikkeling van duurzame productieketens van kwalitatief hoogstaand varkensvlees. Het vlees dient te voldoen aan de eisen van de hedendaagse consument: het moet van goede kwaliteit zijn en de productiemethode mag het milieu niet overmatig belasten. De aan Q-PorkChains deelnemende universiteiten, onderzoeksinstellingen en bedrijven zullen binnen het productieproces nieuwe, vooruitstrevende manieren van kwaliteitscontrole ontwikkelen. De resultaten hiervan worden getest in pilot-varkensvleesketens. Om de nieuwe en bestaande kennis te delen worden trainings- en educatieprogramma’s ontwikkeld. Nieuwe projecten Co-innovatieprogramma Biologische Afzetketens In 2007 gaan tien nieuwe co-innovatieprojecten van start in het programma Biologische Afzetketens. De Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw en Kennisnetwerk Bioconnect hadden hiervoor al eerder een lijst met projecten die prioriteit hebben binnen het programma. Maar tot nu toe ontbrak een deel van de overheidsmiddelen. Het ministerie van LNV heeft het resterende bedrag nu beschikbaar gesteld. In 2007 ligt de focus van het co-innovatieprogramma Biologische Afzetketens op de verspreiding van kennis en ervaring. In het kader hiervan organiseren WUR-DLO en AKK tal van activiteiten, samen met het bedrijfsleven en overige onderzoeksinstellingen. De nadruk ligt daarbij op ontmoetingen in de keten, het beleven, ruiken en proeven van biologische producten en het contact met de consument. Drie voorbeelden van nieuwe co-innovatieprojecten die starten: Triple P Marketing biologische producten Hoe kunnen aspecten als aandacht voor sociale omstandigheden, gezondheid en biodiversiteit helpen het biologische product tegen meerwaarde te verkopen? Dit is een idee van Eosta en Nature & More met hun ketenpartners, op nadrukkelijk verzoek van hun afnemers. Doel is het concept Nature & More een verdere verdieping geven. Zilte producten en aquacultuur Wat zijn de mogelijkheden om in de Nederlandse aquacultuur op biologische wijze zilte producten te maken en af te zetten? Het gaat hierbij om het maken van combinaties van visproducten en zilte groenten en deze te positioneren als smakelijke, regionale topproducten. Het project sluit aan bij het project ‘Zeeuwse Tong’ van Wageningen UR in samenwerking met Provincie Zeeland en Zeeuwse bedrijven, om de duurzame kweek van tong te ontwikkelen. Opschaling en ontwikkeling biologische wijnbouw in Nederland Met de ontwikkeling van nieuwe druivenrassen krijgt de wijnbouw in Nederland steeds meer potentie. Ook de productie van biologische wijnen. Een aantal nieuwe wijngaardeniers uit Groesbeek wil de keten voor deze wijn verder ontwikkelen en een kwaliteitsstandaard opzetten. Het co-innovatieprogramma loopt tot eind 2007. Informatie over de tussenresultaten van de lopende projecten is te vinden op www.biokennis.nl en www.wur.nl.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
